(Hoog)begaafdheid

Bij het definiëren van het begrip hoogbegaafdheid, wordt er in de praktijk van verschillende standpunten uitgegaan.
Meestal wordt van hoogbegaafdheid gesproken, als bij het afnemen van een standaard IQ-test (zoals WISC III) een IQ-score van boven de 130 gemeten wordt. Dit betreft 2% van de populatie met het hoogste IQ.
Naast de normaalverdeling, die een gebruikelijke intelligentieverdeling weergeeft, worden de modellen van Renzulli/Mónks, Heller en Gagné vaak gebruikt. Deze beschrijven welke factoren van invloed zijn op het tot uitdrukking komen van hoogbegaafdheid. Klik hier voor een overzicht (PDF).

De scheidslijn, die aangeeft wie in potentie baat heeft bij een helpende hand, is niet eenvoudig te trekken. We zien dat ook begaafdheid niet volledig geïntegreerd is in onze samenleving. Als gevolg hiervan heeft een aantal begaafden, vergelijkbare problemen als hoogbegaafden. In de praktijk gaat dit vaak om mensen met een IQ-score tussen 120 en 130. Bovendien lukt het niet elke hoogbegaafde, om zijn/haar hoogbegaafdheid te laten zien. Ook zij zouden tussen wal en schip raken.

Het Matilda Fonds neemt zelf geen standpunt in over definities van (hoog)begaafdheid, maar laat zich adviseren door een onafhankelijke, deskundige adviescommissie (waarvan de leden momenteel worden geworven) De adviescommissie beoordeelt de aanvragen en brengt daarover advies uit aan het bestuur, dan op zijn beurt besluiten neemt. 

 

Het Matilda Fonds ondersteunt projecten die bijdragen aan een volledige integratie van (hoog)begaafdheid in onze samenleving.

Een project kan bijvoorbeeld betrekking hebben op:

  • onderzoek
  • onderwijs
  • zorg
  • welzijn
  • werk
  • maatschappelijk functioneren.